Second opinion Brusselse Ring

Vergelijking tussen het effect van een verbreding van de ring versus rekeningrijden op files en gezondheid

Momenteel werkt de Vlaamse Overheid aan een Milieueffectrapport (MER) en een Maatschappelijke Kosten-Batenanalyse (MKBA) studie voor de verbreding van de noordelijke ring rond Brussel (R0).

Opvallend is dat noch de MER, noch de MKBA het effect van enkel een infrastructurele aanpassing op de R0 analyseert. In de vergelijking wordt steeds uitgegaan dat er flankerend beleid wordt uitgevoerd: het GEN-netwerk is gebouwd, er is rekeningrijden voor personen- en vrachtvervoer, het wensnet van De Lijn zijn uitgevoerd, en het fietsverkeer is toegenomen. Gegeven de timing en de kostprijs van deze maatregelen is het echter de vraag of al deze maatregelen inderdaad in voege gaan zijn wanneer men van start gaat met de verbreding van de R0.

Op vraag van Groen vergelijken we daarom in deze studie een referentiescenario, zonder bijkomende maatregelen, met een scenario met enkel rekeningrijden (scenario A), en met een scenario waarbij alleen gewerkt wordt met infrastructuurmaatregelen (scenario B).

Scenario B is een infrastructuurproject op de R0 met de scheiding van het doorgaande (3 rijstroken) en het lokale verkeer (1 of 2 rijstroken) op de R0 door middel van parallelle wegen. Opvallend is dat uit de vervoersprognoses in de MER studie blijkt dat het infrastructuurproject de doorstroming niet echt significant vergroot. De grootste winst op het vlak van doorstroming wordt behaald door de invoering van rekeningrijden voor zowel vrachtvervoer als personenvervoer.

In deze studie focussen we op de mogelijke tijdswinsten en de effecten voor het milieu en de gezondheid van het wegverkeer. Deze effecten vergelijken we dan met de mogelijke investeringskost van de verschillende scenario’s. Het gaat hier dus niet om een volledige maatschappelijke kosten-batenanalyse. Voor de berekening van de effecten baseren we ons op de gegevens van de MER. Voor gegevens die niet beschikbaar waren, werd van eigen veronderstellingen uit gegaan. Dat was ondermeer zo voor de mogelijke effecten op openbaar vervoer (die niet berekend konden worden) en de mogelijke tijdswinst van de voertuigen (die werd geschat).

In scenario A (rekeningrijden) dalen de transportvolumes en de files overal. In scenario B (verbreding R0) stijgen de transportvolumes. Er zijn minder files op de R0, dankzij de verbreding. Op de toekomende snelwegen zijn er echter meer files. In totaal is de snelheidswinst in scenario B veel lager dan in scenario A.

Om de impact op milieu en gezondheid te berekenen, vermenigvuldigen we het verschil in voertuigkm met de emissiefactoren (in kg/voertuigkm) voor de verschillende polluenten. Vervolgens werd een monetaire waardering berekend voor de impacts die de polluenten hebben op mens en natuur. Gezondheid speelt hier de belangrijkste rol. In scenario A dalen de totale transportvolumes en zijn er hierdoor baten voor de maatschappij. In scenario B leidt de stijging in transportvolumes dan weer tot kosten.

Totale netto actuele waarde van reistijdswinsten en milieubaten van het wegverkeer, exl. effect publiek transport (miljoen euro)
    scenario
A
scenario
B
Reistijdswinsten wegverkeer Verkeer op de R0 218 168
  Toekomend verkeer 751 -302
  Verkeer in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 6625 620
  Verkeer in Vilvoorde, Machelen, Zellik, Steenokkerzeel 1838 237
Totaal 9432 723
Verbetering luchtkwaliteit en klimaatverandering   377 -78
Totaal   9810 645

Wanneer we de baten van bereikbaarheid met het effect op het milieu samentellen, krijgen we een indicatie van wat de mogelijke investeringskosten voor de verschillende scenario’s zijn om tot een break-even voor de maatschappij te leiden. Dit is weergegeven in de tabel. Voor scenario A “mogen” de kosten voor rekeningrijden oplopen tot 9,8 miljard euro. Voor scenario B zouden de investeringen maximaal 645 miljoen euro mogen kosten, wat minder is dan wat momenteel geschat wordt als kosten voor de verbreding van de ring. (1 miljard euro).

Omdat de verwachte impact van de verbreding van de R0 op de doorstroming onzeker is, werd ook een sensitiviteitsanalyse gedaan waarbij de we de impact kleiner veronderstellen. Wanneer de snelheid van het wegverkeer minder toeneemt dan verwacht, zijn de investeringskosten in nieuwe infrastructuur die maatschappelijk kunnen verantwoord worden ook lager: 0,5 miljard euro.

rapporten

Eindrapport

periode

2012

opdrachtgever

Groen

partners

Stef Proost (KU Leuven)

onderzoekers

Eef Delhaye, Griet De Ceuster

contact

Eef Delhaye

+32 16 74.51.22
referentie: 12.48