Kosten-batenanalyse spoorcorridor PP22

Studie over de afwerking van de Europese spoorcorridor tussen Duitsland en Griekenland

Het Prioritaire Project 22 van de EU voorziet een spoorwegverbinding tussen Duitsland en Griekenland. Dit is de enige spoorverbinding van Zuidoost-Europa naar het hart van de EU die niet door landen buiten de EU gaat. Het doel is om de verbinding te verbeteren door gemeenschappelijke kwaliteitsnormen in te voeren. In deze studie analyseren we hoe de doelstellingen van het TEN-T beleid bereikt kunnen worden en wat de gevolgen van het afwerken van deze corridor zullen zijn.

De studie antwoordt op de volgende vragen:

  • Wat is de toegevoegde waarde van de geplande ten opzichte van de lopende investeringen?
  • Wat zijn de beste oplossingen voor de verbinding tussen Duitsland en TsjechiŽ, gegeven dat deze landen verschillende opinies hierover hebben?
  • Wat is het relatieve effect van het verder opwaarderen van het zuidelijk deel van de corridor (Arad - Athene) ten opzichte van het het effect van het noordelijk deel (Duistland - Constanta)?
  • Wat zijn de belangrijkste interne en externe kosten en baten van de ontwikkeling van corridor PP22?
  • Hoe verhouden de verschillende ontwikkelingsscenario's zich in termen van kosten en baten (IRR, NPV & Benefits/Costs Ratio)?
  • Welke investeringen zijn aanbevolen op basis van de te verwachten kosten en baten?

De belangrijkste conslusie is dat het "Do-Minimum scenario" het meest beloftevolle scenario is. Dat wil zeggen dat de gemaakte en geplande investeringen goed gespendeerd zijn. De investeringen op het noordelijk deel (Dresden - Constanta) hebben een positieve rate of return en de reeds geplande investeringen op de corridor PP2 moeten verder gezet worden.

Meer uitgebreide investeringsprogramma's zoals de hogesnelheidslijn voor passagiers Dresden - Praag, de opwaardering van het deel Munchen - Praag, en de zuidelijke delen in RoemeniŽ en Bulgarije, blijken geen positieve kosten-baten resultaat te geven. Verdere studies naar de investeringen op deze lijnen wordt aanbevolen.

Transport & Mobility Leuven was verantwoordelijk voor de regionale en economische modellering in deze studie.

rapporten

Eindrapport (Engels)

periode

2011-2012

opdrachtgever

Europese Commissie, DG voor Mobiliteit en Transport

partners

NEA, PwC, ISIS

medewerkers

Griet De Ceuster, Christophe Heyndrickx

contact

Griet De Ceuster

+32 16 31.77.30
referentie:11.46