ECCONET

Effecten van klimaatverandering op het binnenlandse waterwegennetwerk

ECCONET logo

ECCONET, een DG MOVE onderzoeksproject uit het 7de Kaderprogramma van de EC dat liep van 2010 tot 2012, richtte zich op de studie van het aanpassen aan klimaatverandering, met binnenvaart als primaire casus. Het project onderzocht zowel de impact van klimaatverandering op de bevaarbare waterwegen als de adaptatiemaatregelen die kunnen genomen worden.  

Bij de analyse van het fenomeen klimaatverandering werd door middel van klimaatmodellen binnen ECCONET de klemtoon gelegd op de effecten op hydrologie. In tegenstelling tot vele andere projecten in verband met klimaatverandering, werd binnen ECCONET gewerkt met een uitgebreid aantal klimaatscenario’s, in plaats van een specifiek extreem geval. Zodoende kon een evenwichtig beeld van de toekomstige bevaarbaarheid van de waterwegen in het Rijn-Main-Donau bekken opgesteld worden. Op basis van dit beeld, samengesteld uit 2 dubbele “natte” en “droge” scenario’s, werd vervolgens een transport-economische analyse uitgevoerd, waaruit bleek dat de impact van klimaatverandering op de afzonderlijke Rijn-markt tegen 2050 allicht niet van die omvang zal zijn dat er een merkbaar effect op de modale verdeling zal zijn. Het zullen eerder de economische achtergrondfactoren zijn, zoals de brandstofprijs, die hierop zwaar zullen doorwegen. Op de nog langere termijn (tot 2100) zou klimaatverandering wel een grote invloed kunnen hebben op de omstandigheden voor transport. Dit is echter niet verder onderzocht omwille van de geringe waarde van economische projecties met een dergelijke horizon.  
Tegelijkertijd werden in ECCONET ook een aantal mogelijke adaptatiemaatregelen geÔdentificeerd. Deze konden ruwweg in 4 categorieŽn verdeeld worden: scheepstechnologie en toepassingen, infrastructuur en onderhoud, betere voorspelling van waterniveau’s, en veranderingen aan logistieke en operationele processen. Het onderzoek bestond uit een literatuurstudie, modellering, kosten-effectiviteitsanalyse en bevraging van belanghebbende partijen.

  • De meest veelbelovende scheepsgerelateerde maatregelen zijn gewichtsvermindering en de inzet van gekoppelde konvooien (met name op de Rijn). Voor meer experimentele aanpassingen (zoals aanpasbare stuwingstunnels, platte rompen en opblaasbare zij-elementen) kon niet aangetoond worden dat deze kostenefficient konden zijn. Ook continue operatie (ipv 12uurs cycli zoals nu) bleek geen oplossingen te bieden, omwille van de hoge arbeidskosten.
  • De beperkte omvang van klimaatveranderingseffecten op de beschouwde termijn maakt dat grote infrastructurele aanpassingen niet gerechtvaardigd zijn. Optimalisatie van de huidige waterwegen door voortdurend en verbeterd onderhoud (met name op de Donau) zijn wel essentieel.
  • De verantwoordelijkheid voor de voorspelling van waterniveau’s (bijvoorbeeld de ontwikkeling van modellen voor seizoensvoorspellingen) ligt bij de nationale of regionale overheden. Hoewel het werkelijke potentieel van dergelijke modellen onbekend is, kan elke verbetering van de voorspellingscapaciteiten een grote winst betekenen voor de sector.
  • Tijdens de studie van operationele en logistieke processen bleek dat verladers en verschepers bij periode van droogte en lage waterniveau’s (hoge transportprijzen of blokkering van het transport) normaal verkiezen te wachten tot deze voorbij is, en gebruik te maken van bestaande buffercapaciteit. Enkel bij droge periodes vanaf meerdere weken zullen zij overwegen andere (duurdere en minder flexibele) transpormodi te gebruiken. Grote investeringen in extra opslagcapaciteit, of zelfs verhuis van productie-eenheden, worden als allerlaatste redmiddel gezien.  

Gegeven de beperkte impact van klimaatverandering op de transportomstandigheden, is er weinig heil te vinden in dure adaptatiemaatregelen. Desalniettemin is het van groot belang de transportomstandigheden voor binnenvaart op de Rijn en Donau in goede staat te houden en te verbeteren. De huidige trend van schaalvergroting van schepen op de Rijn dient met enige omzichtigheid bekeken te worden, gegeven de grotere gevoeligheid van deze schepen aan extreme droogte. Ook dient opgemerkt te worden dat adaptatiemaatregelen die op de beschouwde termijn niet rendabel zijn, dat misschien wel kunnen worden wanneer verder in de toekomst wordt gekeken, gezien in de periode na 2050 een grotere invloed van klimaatverandering wordt verwacht. Om die reden is voortdurend toezicht op de toestand van de waterwegen aangewezen. Verder toegespitst onderzoek is tevens aangewezen.

Zie voor meer info ook de projectwebsite: www.ecconet.eu (in het Engels)

deliverables (in het Engels)

D1.1 Selected navigation routes and present climate conditions
D1.2 Definition of climate change scenarios
D1.4 Impact of hydrological change on navigation conditions
D1.5 Consolidated work package report
D2.1.1 Overview on IWT and transport related strategies
D2.1.2 Overview on infrastructure measures and discharge scenarios
D2.1.3 Improved prediction methods for medium term and seasonal water level forecast
D2.1.4 Adaptation of production processes and storekeeping
D2.2.1 Overview of feasible/suitable adaptation strategies
D2.2.2 Assessment of adaptation strategies
D3.1 Description of data used and calibrated cost-functions of NODUS
D3.2 Transport economic background used for reference scenario
D3.3 Transport flows on the IWT network under climate change conditions
D3.4 Transport flows on the IWT network, given adaptation strategies
D4.1 Literature review of past projects and studies
D4.2 Cost-effectiveness analysis of adaptation measures
D5.1 Long term vision, development plan for IWT and contribution to PLATINA

periode

2010-2012

opdrachtgevers

Europese Commissie, FP7

in samenwerking met

via donau (Oostenrijk), VU-FEWEB (Nederland), NEA Transportonderzoek en Training (Nederland), FUCaM, BfG (Duitsland), VITUKI (Hongarije), OMSZ (Hongarije), DST (Duitsland), KNMI (Nederland)

medewerkers

Christophe Heyndrickx, Tim Breemersch, Veerle Vranckx, Ignacio Hidalgo GonzŠlez, Kris Vanherle, Eef Delhaye

contact

Christophe Heyndrickx

+32 16 74.51.21
referentie: 08.11


This project has received funding from the European Union’s Seventh Framework Programme for research, technological development and demonstration under grant agreement no 233886