FUNDING

Wetenschappelijk onderzoek naar de financieringsmogelijkheden voor grote investeringen in transportinfrastructuur in Europa

Het Trans-Europese Vervoernetwerk (TEN-T) omvat 30 prioritaire projecten, die in totaal op zo'n 225 miljard euro geschat worden. Het Witboek "Het Europese Vervoerbeleid voor 2010: Tijd om te beslissen", geeft aan dat het mobiliseren van kapitaal ťťn van de belangrijkste hindernissen is bij het uitvoeren van infrastructuurprojecten. In recente EU-onderzoekprojecten kwamen optimale tarifering van bestaande infrastructuur en goed gebruik van de opbrengsten uit transport door gebruik te maken van sociale marginale kostentarifering aan bod. In dit project werd de nadruk gelegd op optimaal tariferen en investeren om nieuwe infrastructuur te financieren.

De belangrijkste doelstelling van het het onderzoekproject FUNDING was een wetenschappelijk correcte benadering te ontwikkelen voor de financiering van grote investeringen in vervoerinfrastructuur in de EU. Twee verschillende wegen werden onderzocht voor de financiering van deze investeringen. De eerste was de verwezenlijking van een EU transportinfrastructuurfonds dat door heffingen op vervoeractiviteiten wordt gefinancierd. De tweede was het heffen van taksen op de kosten die gebruikers moeten betalen aan de infrastructuuraanbieder die de investering maakt.

De economische theorie rond infrastructuurfondsen en de "mark up" methode werden eerst conceptueel onderzocht. De conceptuele fase leidde tot de formulering van een beperkt aantal alternatieve scenario's voor een Europees infrastructuurfonds en voor het toepassen van heffingen. Deze scenario's werden aangepast in functie van de financieringshiaten die voor de horizon 2020 berekend werden per vervoerwijze en per land, rekening houdende met de goedgekeurde TEN investeringen. Het financieringshiaat werd berekend op basis van de TREMOVE baseline voor 1995-2020.

Twee modellen werden gebruikt om de prestaties van de verschillende infrastructuurfonds- en taxatie-scenario's te testen: een multimodaal ruimtelijk algemeen evenwichtsmodel van de EU; en een multimodaal model voor het beoordelen van beprijzing en investeringen (MOLINO II), dat werd toegepast op vijf belangrijke "TEN" infrastructuurprojecten. De benadering aan de hand van gevalstudies liet toe het effect te onderzoeken van de infrastructuurfonds scenario's op elk van de investeringsprojecten. Daarbij werd gekeken naar de financiŽle structuur, het versnellen of uitstellen van  investeringsbeslissingen, beprijzingsbeslissingen en welvaart.

rapporten

Het eindrapport van FUNDING geeft antwoorden op waarom en wanneer financiering van vervoersinfrastructuurprojecten nodig is, uitgaande van een economisch en welvaartstandpunt. Het rapport focust op de 30 TEN-T prioritaire projecten.

Het D7 eindrapport kan hier gedownload worden (pdf, Engels)

Transport & Mobility Leuven heeft meegewerkt aan Deliverable 3

In dit rapport (D3) bestudeerden we de financieringsmogelijkheden van een infrastructuurfonds via bijkomende heffingen op de transportsector. Eerst werden de inkomsten van taksen en heffingen zijn verwerkt per mode en per land voor de periode 2005-2020 voor het basisscenario. Dit geeft ons de mogelijkheid om de huidige opbrengsten van transportkosten te beoordelen en te vergelijken met de bestaande kosten en de verwachte investeringskosten van de prioritaire TEN-T assen. Vervolgens werd bepaald hoeveel geld er nodig is in de transportsector voor een aantal scenario's. Een gedetailleerde vergelijking van heffingen en marginale externe kosten gaf meer inzicht in de meest efficiŽnte taksniveaus in de transportsector.

De algemene conclusie die we uit dit rapport kunnen trekken is dat er meer heffingen kunnen geÔntroduceerd worden in de transportsector met een minimale impact op de welvaart. Deze welvaart-kostratio moet vergeleken worden met deze van de alternatieven (het verhogen van algemene taksen buiten de transportsector, waarvoor, in het geval van taksen op arbeid, de kosten 1.2 of meer zouden zijn) of het verhogen van de gebruikersprijzen door tarifering of tolheffing.

Het D3 rapport kan hier gedownload worden (pdf, Engels)

periode

2005 - 2007

opdrachtgever

Europese Commissie, Zesde Kaderprogramma

onderzoekers

Olga Ivanova, Griet De Ceuster

in samenwerking met

KU Leuven (coŲrdinator), ITS Leeds (UK), CAU Kiel (Duitsland), Vrije Universiteit Amsterdam (Nederland), TUB (Duitsland); Hebrew University of Jerusalem (Israel), Tampere University of Technology (Finland), AdpC, Technische Universitšt Wien (Oostenrijk), Aristotle University of Thessaloniki (Griekenland), RRG (Duitsland)

contact

Griet De Ceuster

+32 16 31.77.30
referentie: 03.31


This project has received funding from the European Union’s Sixth Framework Programme for research, technological development and demonstration under grant agreement no 513499