Update van de elasticiteiten in het Hermin Model

Identificatie en aggregatie van de elasticiteiten van spill-over effecten door input-output verbanden en externaliteiten in de belangrijkst sectoren die co-financiering krijgen in het EU Cohesiebeleid

In deze studie werden het HERMIN-model en een regionaal CGE-model voor vijf Europese landen (Duitsland, Polen, Slowakije, TsjechiŽ en Hongarije) vergeleken en tegen elkaar uitgezet voor de berekening van spill-over elasticiteiten. Deze elasticiteiten werden toegepast binnen het HERMIN-model. Ze worden gebruikt voor het bepalen van het effect van investeringen in het kader van het EU Cohesiebeleid. Een aanpak werd ontwikkeld om de spill -over elasticiteiten van het CGE- model te bepalen met behulp van echte investeringsprojecten. De centrale gedachte van het project was dat de impact van investeringen in fysieke infrastructuur, onderzoek en menselijk kapitaal op innovatie (gemeten in Totale Factor Productiviteit) moeten worden geŽvalueerd door een CGE-model en micro gefundeerd moeten zijn. We vergeleken de twee modellen en namen maatregelen om de samenhang tussen de twee modellen te verbeteren.

De projectleider was TNO. TML ondersteunde TNO bij de verdere ontwikkeling van het CGE-model en de berekening van schaduwprijzen. Schaduwprijzen worden gedefinieerd als een marginale verandering in de welvaartsindicator, in verhouding met een verandering in een eenheid van een productiefactor, goed of dienst. Deze cijfers kunnen worden gebruikt voor toepassingen in kosten-batenanalyse (CBA).

TML benaderde de schaduwprijzen, op basis van omrekeningsfactoren, die direct bepaald werden uit kleine schokken in de inputfactoren of prijzen in het model. Daarnaast hebben we voorgesteld een aantal verbeteringen in de CGE-model aan te brengen om onjuiste resultaten te voorkomen. Deze omvatten:

  • Een update in de berekening van de sociale indicator
  • Herijking van de regionale handelsaldi
  • Enkele kleine wijzigingen aan de kalibratie van het model

Het CGE-model dat werd gebruikt in deze studie was een prototype van het RHOMOLO-model, nu onder volle ontwikkeling bij het Joint Research Center (JRC) van de Europese Commissie. TML was niet betrokken bij de verdere ontwikkeling van het RHOMOLO-model na dit onderzoek en heeft momenteel geen toegang noch gebruiksrecht van het model.

Voor vragen over het gebruik van RHOMOLO verwijzen we naar het ontwikkelingsteam van RHOMOLO bij JRC.

 http://ipts.jrc.ec.europa.eu/activities/research-and-innovation/regional_economic_modelling.cfm

rapporten

Confidentieel

periode

2010 - 2011

opdrachtgever

Europese Commissie, DG REGIO

medewerkers

Christophe Heyndrickx

in samenwerking met

Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO), CPB en Cambridge econometrics

contact

Christophe Heyndrickx

+32 16 74.51.21
referentie: 10.21